Top 10 landen naar productie van tomaten

Zonder de tomaat geen bestaansrecht voor ketchupproducent Heinz. De tomaat is een van de populairste gewassen ter wereld en doet het ook goed in de kassen van het Westland. Zoals veel andere gewassen is ook de tomaat afkomstig uit Mexico. En tegenwoordig behoort Mexico met een productie van 3,5 miljoen ton per jaar nog steeds tot de belangrijkste landen naar productie van tomaten.

Nederland produceert jaarlijks 900000 ton tomaten, bijna twee keer zoveel als bijvoorbeeld Frankrijk. Onze tomaten smaakten de Duitsers slecht: ze noemden de in Holland gekweekte tomaat “Wasserbombe”. Toch is Duitsland nog steeds een fervent afnemer. Tomaten zijn rijk aan voedingsmiddelen. Ze zitten boordevol mineralen, vitaminen en anti-oxydanten. Volgens sommigen helpt een glas tomatensap goed tegen een kater. Hoewel de tomaat vanuit botanisch oogpunt kwalificeert als fruit, weeg je ze bij de supermarkt af binnen de categorie groenten. De tomatenplant kent veel verschillende rassen en is ook vrij makkelijk te kweken. De toepassingen zijn divers. In plakjes op een sandwich of pizza, door de mixer voor een saus, rauw in de salade of in de al dan niet gebonden soep. Rotte tomaten komen vaak op het podium terecht. Overigens vormt de tomaat al sinds 1994 het logo van de SP, een duidelijke verwijzing naar de kleur rood en de ‘tegenstem’ waarmee de partij zich in het verleden graag afficheerde.

Wereldwijd wordt er meer dan 150 miljoen ton tomaten geproduceerd. Wat zijn de belangrijkste tomaatproducerende landen? Hoeveel ton werd volgens de FAO in 2014 geproduceerd door de 10 belangrijkste landen naar productie van tomaten? Hier de lijst!




Top 10 landen naar productie van tomaten

  1. Mexico – 3,54 miljoen ton
  2. Brazilië – 4,30 miljoen ton
  3. Spanje – 4,89 miljoen ton
  4. Italie – 5,62 miljoen ton
  5. Iran – 5,97 miljoen ton
  6. Egypte – 8,29 miljoen ton
  7. Turkije – 11,86 miljoen ton
  8. Verenigde Staten – 14,52 miljoen ton
  9. India – 18,74 miljoen ton
  10. China – 52,72 miljoen ton

FAO 2014